Tuinreglement

Tuinreglement van de Amateurtuindersvereniging
“De Zes Wielen”

19-02-2026

Inleiding
1.1 Dit reglement is van toepassing op alle leden van ATV de Zes Wielen en regelt het gebruik van de tuinen en de bijbehorende faciliteiten.
1.2 Het doel van de vereniging is het bevorderen van tuinieren, gemeenschappelijke
verantwoordelijkheid en het onderhouden van een goede verstandhouding tussen leden.
1.3 Alle leden dienen zich te houden aan de regels zoals vastgesteld in dit reglement.

Artikel 1: Deelname aan gemeenschappelijke werkzaamheden
De leden zijn verplicht tot deelname aan het gemeenschappelijk werk tot onderhoud, verbetering en
verfraaiing van het tuincomplex naar vermogen, onder leiding van het bestuur.
Wanneer bedoelde werkzaamheden niet op vrijwillige basis kunnen worden uitgevoerd is het bestuur gerechtigd de leden via een op te stellen rooster aan te wijzen. Indien de aangewezen leden nalatig blijven, kan het bestuur bij de eerstvolgende algemene ledenvergadering sanctiemaatregelen voorstellen.

Artikel 2: Onderhoud van eigen perceel en paden
De huurder is verplicht de tuin in goede staat te onderhouden en te gebruiken overeenkomstig zijn
bestemming. De huurder is eveneens verplicht de drainage greppels goed open te houden. De smalle tegelpaden tussen de eigen tuin en van de buren vrij te houden van begroeiing en kisten en ander bouwmateriaal minstens 30 cm van de paden af te houden, zodat men er altijd langs kan met een kruiwagen. De verharde grindpaden mogen vergroenen met lage beloopbare bodembedekkers. Niet hoger dan 5 á 10 cm. Men is zelf verantwoordelijk voor het kort houden van die begroeiing.
Het onkruid (ongewenste gewassen) en ander afval dient door de tuinder zelf van het terrein
verwijderd te worden of op de tuin onder te worden gespit. Bij onvoldoende onderhoud dan wel
verwaarlozing kan het lid, na schriftelijke waarschuwing door het bestuur, op de eerstvolgende
algemene ledenvergadering voor royement worden voorgedragen (door het bestuur). In geval een
tuinder, door overmacht (b.v. ziekte, verblijf buitenland) , niet zelf in staat is zijn tuin te onderhouden
dient het bestuur tijdig in kennis te worden gesteld van tijdelijke waarneming door derden.

Artikel 3: Plaatsen van bouwwerken
3.1 Kas
3.1.1 Voor het plaatsen van een nieuwe kas moet de huurder een schriftelijk verzoek indienen bij het bestuur en vooraf toestemming verkrijgen.
3.1.2 Het bestuur bepaalt de exacte locatie van de kas en heeft de voorkeurslocatie voor iedere tuin
vastgelegd in een plattegrond (Plattegrond bijlage 3.1.2). De kas dient minimaal 50 cm van de rand van de tuin te worden geplaatst.
3.1.3 Een kas mag uitsluitend worden geplaatst op tuinen met een oppervlakte van 100 m² of meer.
3.1.4 Bij gesplitste tuinen (a,b) mag slechts op één deel een kas worden gebouwd.
3.1.5 Een kas bestaat uit een stalen frame met doorzichtige panelen óf is een (houten) schuurtje met aangebouwde serre (aan 3 zijden doorzichtige panelen). Bouwwerken dienen van een voldoende kwaliteit te zijn bijvoorbeeld bestand tegen zware storm.
3.1.6 De kas dient te voldoen aan de volgende maximale afmetingen:
Nokhoogte: ± 2,50 m
Goothoogte: ± 1,80 m
Breedte: maximaal 3,00 m
Oppervlakte: maximaal 10% van de tuinoppervlakte, met een absoluut maximum van 12 m²
3.1.7 Schuurtjes met serre mogen niet worden gebouwd op de tuinen 4 tm 14 ivm de zichtlijnen.
3.1.8 Bestaande kassen die niet voldoen aan de huidige regels worden gedoogd. Voor een grote
verbouw dient vooraf toestemming te worden aangevraagd bij het bestuur.
3.2 Gereedschapskist
3.2.1 Bij het plaatsen van een gereedschapskist gelden de volgende maximale afmetingen: lengte 300 cm, breedte 50 cm, hoogte 60 cm.
3.2.2 De gereedschapskist dient uitgevoerd te zijn in aardse/grond kleuren.
3.2.3 De gereedschapskist moet minimaal 30 cm van de rand van de tuin en van de paden worden
geplaatst.

Artikel 4: Tuinschouw (onderhoud en controle)

Tweemaal per jaar vind er de tuinschouw plaats, in april en in oktober. Tijdens de schouw gaat het omde algemene in druk van de tuinen waarbij er nadrukkelijk gelet wordt op:
– tussen tuinpaden (vrij van onkruid en begroeiing)
– grindpaden begroeiing verzorgd en kort gehouden word
– de drainage greppels (vrij van bladeren en onkruid om regenwater goed af te kunnen voeren)
– hoogte van bomen (max 2,5 meter)
Indien een tuin niet aan de eisen voldoet, ontvangt de tuinder een waarschuwing en een termijn om
verbeteringen door te voeren.

Artikel 5: Wisselteelt aardappelen

Voor pootaardappelen is er een minimaal 3-jaarlijkse wisselteelt. Alle pootaardappelen dienen N.A.K. gekeurd te zijn. Aardappelloof dient meteen als restafval te worden afgevoerd.
Naast genoemde verplichte wisselteelt bij aardappelen raadt het bestuur haar leden nadrukkelijk aan om voor alle eenjarige gewassen wisselteelt toe te passen ten einde ziektes in het gewas te beperken.

Artikel 6: Verbodsbepalingen

Het is de huurder niet toegestaan om:
1. Op de tuin kippen, konijnen of andere dieren te houden, loslopende honden mee te
brengen.
2. Gewassen te telen of te poten die niet gerekend kunnen worden tot de groenten-, fruit- of
siergewassen
3. Greppels of sloten te graven, paden te verharden
4. Hekken of afrasteringen te maken tussen de tuinen die een hoogte overschrijden van 0,5
meter of constructies te bouwen met uitzondering van de in artikel 4 genoemde objecten
anders dan met toestemming van het complexbestuur.
5. Vuur te stoken ter verbranding van afval of voor welk ander doel ook.
6. Het is een tuinder verboden ongevraagd een andere tuin te betreden, dan wel zich daar
tijdens de afwezigheid van die andere tuinder zonder diens toestemming op te houden.
7. Het gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen is verboden.

Artikel 7: Milieu en duurzaamheid

Het is verboden om azijn, zout en chloor te gebruiken om begroeiing te bestrijden. (zie
https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/bestrijdingsmiddelen/vraag-en-antwoord/kan-ik-azijn-zout-ofchloor-gebruiken-tegen-onkruid).
Bijlage 1: toelichting verbod gebruik chemische bestrijdingsmiddelen.

Artikel 8: Groei van gewassen op de tuinen

De op de tuin gekweekte gewassen mogen niet buiten de eigen tuin groeien. Zij mogen eveneens niet op een zodanige wijze groeien waardoor het onderhoud een paden, greppels etc. wordt belemmerd.
De bomen mogen niet groter groeien dan 2,50 meter en mogen niet buiten de eigen tuin groeien of
overlast veroorzaken voor de andere tuinders.
De op de tuin geplaatste bouwwerken of gewassen mogen geen hinder geven aan andere tuinders.

Artikel 9: Toegang tot tuinen

Het bestuur en de door haar gemachtigde personen hebben te allen tijde vrije toegang tot de tuinen
teneinde een tuinkeuring uit te kunnen voeren dan wel na te gaan of de tuinder voldoet aan de
verplichtingen die de tuinder volgens de reglementen zijn opgelegd.

Artikel 10: Waterhaalpunten

Er zijn diverse waterhaalpunten op de tuin aan de omringende sloten.
Tuinders van wie de tuin gelegen is aan het middenpad, mogen gebruik maken van de paden tussen de tuinen aan de slootkant om water uit de sloot te halen. Het is niet toegestaan om drinkwater te gebruiken voor de tuinen.

Artikel 11: Gebruik van gemeenschappelijke ruimtes

Gemeenschappelijke ruimtes, zoals opslagruimtes, schuren en de kantine, dienen met respect te
worden behandeld. Iedere tuinder is verplicht deze ruimtes na gebruik schoon en ordelijk achter te
laten.
Het is verboden persoonlijke eigendommen langdurig in gemeenschappelijke ruimtes op te slaan,
tenzij hier door het bestuur toestemming voor gegeven is.

Artikel 12: Gebruik van gemeenschappelijk gereedschap

Gemeenschappelijk gereedschap is beschikbaar voor gebruik door alle huurders en dient na gebruik direct te worden teruggebracht naar de daarvoor bestemde opslagruimte.
Het gereedschap moet in goede staat worden gehouden. Schade aan gereedschap dient direct aan
het bestuur te worden gemeld.
Indien een huurder schade veroorzaakt door onzorgvuldig gebruik, kan het bestuur de kosten van
reparatie of vervanging verhalen op de betreffende tuinder.
Gemeenschappelijk gereedschap mag niet van het tuincomplex worden meegenomen zonder
uitdrukkelijke toestemming van het bestuur.

Artikel 13: Slotbepaling

In geval van verschil van mening met betrekking tot de interpretatie van de hiervoor genoemde
artikelen is de beslissing van het bestuur doorslaggevend. Beroep tegen het standpunt van het bestuur kan op de jaarlijkse algemene vergadering aan de leden worden voorgelegd.

Scroll naar boven